klinch @ Melkweg blog

Megacorporaties die naar het grote geld graaien en evil computersystemen die de macht in de wereld grijpen. Het is de thematiek waar Comtron, het electro duo bestaande uit Bas Bron en Rimer Veeman, mee speelt. Ondanks hun drukke werkzaamheden met andere acts wordt er gewerkt aan een nieuw album en staat de groep vrijdag op de tweede NON Records avond.

Toeval of niet, de oren van Bas Bron zijn meteen gespitst als hij café Brandstof in Amsterdam binnen loopt. “Maggot Brain, yes!” De producer met voorliefde voor funk en genoeg alter ego’s om permanent schizofreen van te worden is net uit studio gekropen waar hij het nieuwe De Jeugd van Tegenwoordig album aan het afronden is. Samen met Rimer Veeman vormt hij sinds 2003 het duo Comtron. Veeman maakt ook muziek onder vele namen: Rimeroni Vumani, Rimer London, als producer van Le Le en sinds kort ook Veeman/Janssen (ook samen met ontwerper Piet Parra).

In 2003 verscheen de eerste Comtron, de What We Sell E.P. op Black Label van Kid Goesting. Bas: “Toen we begonnen was het heel erg electro en dat blijft altijd wel de basis. We hebben bijna een Drexciyaanse werkwijze. Met z’n tweeen live jammen. Gewoon lekker met electronica freaken en dat opnemen. De rollen liggen niet vast. Bij Bastian ben ik de zanger, bij de Jeugd de producer. Bij Comtron maken we gewoon samen muziek.” Lees verder

Ook Danny Howells wordt een dagje ouder. Dus begon de beroemde Britse dj vorig jaar z’n eigen label Dig Deeper. Op zoek naar meer verdieping en onafhankelijkheid. “Ik jaag niet meer zo achter de handjes-in-de-lucht-momenten aan als vroeger.”

Ooit was hij de beroemdste opwarm-dj ter wereld. Als vaste side kick van John Digweed stond Danny Howells negen jaar naast ‘mister Bedrock’. Maar tegenwoordig rooit Daniel Frederick Howells het prima in z’n eentje, zeker na z’n bejubelde serie mix-cd’s voor Global Underground en Rennaisance. Madonna, Robbie Williams en Felix Da Housecat wisten hem daarna te vinden voor remixes. Dan doe je het niet slecht.

Soms zit Howells meer in het vliegtuig dan in zijn Londense buitenhuis. Zeker in de States zien ze hem graag. Als we de Brit bellen vertoeft hij in Los Angeles, twee dagen later vind je hem in Las Vegas, vorige week draaide hij nog in Montreal. “Ik snap wel waarom sommige journalisten denken dat ik in de Verenigde Staten woon”, lacht een opgeruimde Howells door de telefoon. “De waarheid is echter dat ik vrijwel mijn hele leven in Hastings ben blijven wonen, waar ik opgroeide. Pas vier jaar terug verhuisde ik naar Londen.” Ook in Amsterdam komt hij graag. Ooit had hij een residency in Nighttown, vorig jaar stond Howells een paar keer in Panama en hij had zelfs een tijd een Nederlandse vriendin.

Maar wat gaat Howells in de Melkweg doen? Toch niet een techhouse-set waarmee hij zomers roodverbrande Britten op Ibiza in beweging houdt? “Nee ik kom met iets compleet anders”, belooft Howells, die ook wel snapt dat hij op klinch met iets bijzonders op de proppen moet komen.

Dig Deeper is niet alleen de titel van z’n nieuwe label, het is ook de vlag waaronder hij zijn marathonsets tegenwoordig verkoopt. Op Dig Deeper draait Howells zo breed mogelijk. Van de breekbare muzikale techno van Sven Weisemann via de weerbarstige electropop van Apparat naar de diepe house van Lawrence. “Alles kan”, vat hij het bondig samen.
Howells leerde het opbouwen tijdens z’n vormende jaren op Bedrock. “Diezelfde principes pas ik toe op Dig Deeper. Het neerzetten van de eerste schetsen van hoe de avond gaat lopen is ontzettend belangrijk. Je zet de toon. Soms zie ik mensen verbaasd kijken over de eerste drie kwartier, maar ik weet: het komt vanzelf goed. Later valt het kwartje heus wel.” Lees verder

Larry Tee is, ‘een beetje gaar’, net terug van een Amerikaanse dj-tourtje dat hem naar zowel de west- als de oostkust heeft gebracht. Het was, natuurlijk, ‘a blast’, maar niettemin heeft hij sinds een half jaar de VS ingeruild voor Groot-Brittannië – of liever gezegd New York voor Londen. Een tripje naar Rauw, komend weekend, is dus makkelijker dan ooit gemaakt.

Je moet je niet verbazen als Larry Tee op zijn tachtigste – dat is over dertig jaar pas – nog steeds funky, noisy en wilde plaatjes staat te draaien voor clubbers die tegen die tijd zijn achterkleinkinderen hadden kunnen zijn. Je moet je evenmin verbazen als hij in 2040 nog steeds een leuke knaap mee naar huis weet te nemen. Het afgelopen kwarteeuw heeft de Amerikaan niet anders gedaan en aan zijn enthousiasme af te meten is hij niet anders van plan.

Nadat hij in de jaren tachtig begon als new-wave-dj in Atlanta, verhuisde Larry Thom in het housetijdperk naar New York, waar hij uiteindelijk één van de populairste dj’s van de stad werd. Hij schreef mee aan RuPauls wereldhit ‘Supermodel (You Better Work)’ en raakte verwikkeld met de notoire Club Kids, een extravagant groepje razendsuccesvolle party-starters dat na een paar jaar ontaardt in drugsexcessen en zelfs moord, als aanvoerder Michael Alig in 1996 één van zijn vriendjes met een hamer de hersens in slaat. Het hele onfrisse verhaal wordt vertelt in de speelfilm Party Monster (2003), met Macaulay Culkin in de hoofdrol. Larry komt niet in de film voor, gelukkig maar, vindt hij zelf, maar de Disco 2000-clubavond die hij met Alig was begonnen figureert er wel in. Eenmaal drugsvrij vind Larry Tee zichzelf in de nieuwe eeuw opnieuw uit als grote roerganger van de electroclash-scene, die een enorme invloed uitoefent op de dancemuziek van de jaren nul. Lees verder


Foto: Michel Mees

Woedend gooit Deadbeat de midicontroler kapot op de vloer. Zijn ogen spugen vuur. Het weigerachtige apparaat heeft zojuist een einde gemaakt aan een veelbelovend optreden in het Haagse Paard van Troje. De Canadees neemt z’n artiestennaam vanavond wel erg letterlijk.

Eerder op de avond was Deadbeat, die voor de douane Scott Monteith heet, nog de rust zelve. Iemand die zich niet snel gek laat maken. Iemand die je aankijkt als je hem interviewt, terwijl rond zijn mond continue het begin van een glimlach speelt. Duidelijk een man die de rust gevonden heeft, zou je denken.

Die rust vond hij is Berlijn, waar Monteith dik drie jaar terug vanuit Montreal naartoe verhuisde. “In Canada leef je als elektronisch muzikant toch een beetje geïsoleerd”, kijkt hij terug. “Afgezien van het jaarlijkse Mutek-festival (het Sonar van Canada, rp) heb je geen echte technoscene in die stad. Ik vloog minstens twee keer per maand op en neer naar Europa. Dat werd op den duur nogal vermoeiend. Ik zat door al dat reizen in een vreemde psychologische trip. Een soort overgangsrealiteit.

Toen ik vier jaar terug voor de eerste keer in Berlijn kwam, voelde ik de energie direct. Bovendien was er niets dat me in Canada hield. Ik was net gescheiden van mijn vrouw en besloot te blijven.” Lees verder

Kryptic Minds switchte een paar jaar geleden van drum ‘n bass naar dubstep, met dank aan Youngsta en Loefah. Samen met die twee staan ze op 18 juni op Sonic Warfare.

Check de discogs pagina van Simon Shreeve & Brett Bigden (a.k.a. Leon Switch) en je ziet dat Kryptic Minds al lange tijd mee loopt. Shreeve en Bigden zijn actief in de drum ‘n bass scene sinds 2000, met releases op Metalheadz, Tech Itch en voornamelijk op hun eigen Defcom Records. Drie jaar geleden brachten ze hun eerste album Lost All Faith uit, een heel emotioneel en persoonlijke plaat over het verlies van Simon’s broer Mark. Daarna waren ze wel een beetje klaar met drum ‘n bass. “Het voelde ook wel een beetje alsof we in een loop terecht kwamen, qua produceren”, vertelt Shreeve (32) aan de telefoon vanuit Colchester. “Het gaat erom jezelf fris te houden als artiest. Niet om het geld, of om de dj boekingen. Daar gaan veel mensen de mist in.”

Ze trokken de stekkers uit de Virus synths, de harde schijven gingen het raam. “Ik zei tegen Leon: laten we iets compleet anders maken. Vergeet die tempo’s en vaste stramienen.” Shreeve stopte ook met het aannemen van drum ‘n bass boekingen. Ze luisteren veel naar Trentemøller en begonnen dingen te maken die duidelijk door de Deen beïnvloed waren. “Dat werk is nooit uitgebracht, maar het was wel een belangrijke periode. Alles lag weer open en dat voelde heel goed. Voor hetzelfde geld waren we happy hardcore gaan maken.”

Een vriend tipte hem dat hij Mala’s MySpace pagina eens moest checken. Het bleek het begin van een tweede jeugd voor Kryptic Minds. “De eerste track die ik hoorde was Bury Da Bwoy, wat een killer!” Daarna hoorde hij Loefah’s remix van The Bug’s Jah War en Cyclops van Distance en was verkocht. “Ik heb Leon opgebeld en gezegd dat we nog die dag zouden beginnen met het maken van dit soort muziek.” Lees verder